Film en TVOnlineEventsSpeciale productenNieuws en pers

Wat er zich de laatste dag afspeelde

Inleiding

Normaal gesproken doe ik dit niet, maar het verhaal is te mooi om niet te vertellen. Zoals duidelijk mag zijn, hebben we in maart 2004 samen met het Liliane fonds en de schilder Henk Helmantel een documentaire in Burkina Faso gedraaid. Op zich een geweldig avontuur in een van de armste landen ter wereld. Het Lilianefonds maakt gebruik van een uitgebreid netwerk van hulpverleners en nonnen en zorgt er voor dat alle hulp zonder tussen personen direct bij de mensen terechtkomt die deze hulp het hardste nodig hadden. We hadden een geweldige ervaring met de straatarme, maar uiterst dankbare en gastvrije bevolking van het platteland in Burkina Faso.

De laatste dag in Burkina Faso stond in schril contrast met hetgeen we eerder mochten meemaken. Het is al meer dan 5,5 jaar geleden en het zou zonde zijn als ik in de loop der jaren details vergeet of onwillekeurig toevoeg. Dus bij deze een klein verslag van wat er zich op onze laatste dag in Ouagadougou afspeelde.

Veel leesplezier.
Wouter Tenger 3 november 2009

Wat heeft u niet gezien in de documentaire?

De laatste dag. We hadden er als westerse Cityslickers 1 1/2 week Burkinees platteland in al haar schoonheid (en bezaaid met zwart plastieken boodschappentasjes), hartelijkheid (3 kippen en een parelhoen van de stamhoofden cadeau gekregen en aan de nonnen geschonken) en eenvoud (lees: Armoede) meegemaakt. Voor een eitje bij het ontbijt gingen ze speciaal naar de markt. En knoflook hadden ze ook niet standaard in de keuken. Als we 's-ochtends op pad gingen, vroeg men ons steevast hoe laat we terug zouden zijn en wat we wilden eten. Gezien het feit dat men daar op hout het eten bereid.

We ontwaakten in dezelfde Herberg als waar wij (Els Pluymers, Henk Helmantel, Hans Simons en ik (Wouter Tenger)) de eerste nacht in Ouagadougou (hoofdstad) sliepen en zouden dezelfde dag naar huis vliegen. De avond daarvoor waren we te gast bij Michel en zijn familie. Een geweldige afsluiting van onze avonturen op het platteland. De herberg in Dano (een paar dagen eerder) nog vers in het achterhoofd. Omdat 8 maart "De internationale dag van de vrouw" is (ook mijn verjaardag) was de vrouw van de president van BF ook te gast in de herberg en mochten wij als crew in een soort van stallen slapen. De toiletten waren van die befaamde Franse Kakzolen. Deze waren waarschijnlijk enige tijd geleden bezocht door iemand met een slecht richtingsgevoel. Daarnaast was waarschijnlijk ook het personeel vergeten, waar de toiletten zich bevonden. Kortom niet erg uitnodigend om daar je behoefte op te doen. 

Gelukkig had ik een hoop plastic tassen meegenomen en besloot ik dat die van Blokker het meest geschikt was om lekker Oudhollands in te poepen. Laten we het beestje bij de naam noemen. Een Blokkertas geeft dan toch nog een beetje het gevoel van thuis. Aldus geschiedde en ik liep duidelijk opgelucht met een warme tas poep over het terrein van de herberg. Opzoek naar een vuilnisbak of zo. Maar goed, ik was als westerling gewend aan vuilnisbakken op straat. Maar hier in BF was er geen een te vinden. Nadat ik zo'n 5 minuten doelloos had rondgelopen en iedereen me met mijn wit-oranje tasje had gezien, liep ik naar de achterkant van het terrein en zwiepte de tas als een volleerd artiest over de muur. Ik had nog zoiets van "dat is ergens in een berm en dat ziet niemand. Zo. Handen wassen en naar het ontbijt. Niets aan de hand en Els wilde ook een zak. Ik weet niet hoe zij dit heeft opgelost.

Na 2 dagen draaien vertrokken wij uit de herberg. Alleen niet aan de voorkant. En ja je raadt het al. Wat ik dacht dat een verlaten achteraf steeg/berm zou zijn, bleek gewoon de achteruitgang van de herberg te zijn. Ik had dus mijn Nederlandse zak met poep midden op hun inrit geslingerd. Plaatsvervangende schaamte maakte zich meester van me. Het personeel wist natuurlijk dondersgoed wie de schutter was, maar waren discreet genoeg om er niets over te zeggen. Dubbel opgelucht verlieten we Dano.

 

Onbijtje. Croissantje. Cappucino. Jus d'orange!!!

Eenmaal in Ouagadougou ontmoetten wij onze Belgische begeleider Michel weer. Was met een Burkinabe getrouwd. Grappig overigens om een diep donkere vrouw onvervalst Vlaams te horen praten. Michel trakteerde ons op een echt Europees ontbijtje. Echte Cappuccino uit een echte Italiaanse machine en geen Nescafé uit een zakje met heet water. Heerlijke croissantjes ipv twee dagen oud brood. Omeletje waarvoor het personeel niet meteen naar de markt werd gestuurd om 2 eieren te halen. En ja ja, als klap op de vuurpijl een heerlijke verse Jus d'orange.

Welzijnswerk in den vreemde is leuk, maar het moet niet te lang duren. Op een bepaald moment heb je toch wel weer zin in je eigen westerse way of life. Dus onze dag kon niet meer kapot. Helmantel zou nog wat antiek kopen en wij zouden dat dan ook filmen. De winkels waren aan de overkant van het plein waar ook onze ontbijtlocatie was. 

Helmantel kocht ondertussen nog een voetenbankje van een verbaasde schoenpoetser. Wat moest die blanke nou met dat aftandse ding? Maar ja Helmantel heeft tenslotte iets met dingen die sporen van gebruik vertonen. Zo ook het bankje. Dat had hij beter niet kunnen doen, want binnen 5 minuten kwamen er straatverkopers en schoenpoetsers uit alle hoeken. Ieder met of zonder bankje of lokale kleding. We zouden ze helaas niet meer kwijtraken.

Toen we eenmaal de antiekwinkels bereikt hadden en op ons gemak dachten te kunnen filmen, leek het wel alsof Sinterklaas in eigen persoon in Ouagadougou was. De straat stond letterlijk zwart met nieuwsgierige en verkooplustige verkopers van lokale dingetjes. Terwijl de crew binnen met Helmantel aan het filmen was, was ondergetekende druk bezig om de mensen vriendelijk doch dringend op een afstand te houden. Ik raakte in gesprek met een verkoper die me vroeg hoe ik heette. Ik riep nog gekscherend "Jean Claude". "Et plus?" vroeg de straatverkoper me? "Van Damme". Daar moesten we beiden hartelijk om lachen. Ik had nl. niet zo'n zin om mijn naam te noemen. Maar daar later meer over.

 

Gegijzeld in Ouagadougou

Eenmaal in de tweede antiekwinkel aan het filmen, werd de dame die daar werkte lichtelijk paniekerig door de aanwezigheid van grote blanke mannen met een camera in de winkel. Niet snel daarna begon ze te schreeuwen dat we de winkel snel moeten verlaten. We waren lichtelijk verbaasd en gaven niet meteen gehoor aan het verzoek. Maar goed, ze wilde ons weg hebben. Michel onze Belgische begeleider vertrok als eerste en Hans de cameraman volgde tergend langzaam terwijl hij achteruit liep en bleef filmen. Helmantel liep ook op zijn gemak naar de uitgang. Hij was zich van geen kwaad bewust en was net als de rest van ons verbaasd over de reactie van het stampvoetende vrouwtje.

Net voordat Helmantel het pand wilde verlaten, snelde de vrouw naar de deur en deed deze op slot. Helmantel was nu officieel verbaasd en gegijzeld. Ja, dat kan beiden in een split second gebeuren. Michel sprong zowat uit zijn vel en begon op het raam te bonken dat ze subiet (Belgisch) de deur moest openen en dat zij naar het gevang (ook Belgisch) zou gaan. Om zijn woorden kracht bij te zetten pakte hij zijn mobieltje en begon de politie en de Nederlandse ambassade te bellen. Daarbij bleef hij dreigend naar de vrouw kijken. Een stukje psychologische oorlogsvoering, die helaas geen effect bleek te hebben, want het vrouwtje pakte op haar beurt haar mobieltje en begon driftig om zich heen te bellen.

 

Kunst versus glas

Het werd steeds drukker om ons heen. Aan alle kanten begonnen de straatverkopers zich om ons heen te verdringen. Het werd nog erger toen Michel een houten kunstobject in de vorm van een surfboard pakte en deze tegen het raam aan begon te tikken. "Krak" zei de ruit toen Michel iets te enthousiast tegen het raam tikte. Afrikaans glas is toch niet helemaal te vergelijken met het glas we hier gebruiken. De term "suiker" zou eerder op zijn plaats zijn.

"Whoaaaa" hoorden we achter ons. De menigte straatverkopertjes begon wel erg dichtbij te komen. Ondertussen had ik Hans gevraagd om maar door te blijven filmen. Het was leuk materiaal en kon in mijn optiek ook dienen als bewijsmateriaal indien dit in de toekomst nodig moest zijn. Daarbij was ik me van geen gevaar bewust, want we hadden tenslotte de afgelopen periode alleen maar vriendelijke en gastvrije mensen ontmoet. Dan kon ons hier toch ook niets gebeuren? Dus vond ik het allemaal wel amusant.

De eigenaar van de winkel verschijnt ten tonele en het vrouwtje opent de voordeur. Voordat de voordeur zich kon sluiten, steekt Hans al filmend zijn voet tussen de deur en in een reflex duik ik in de opening en ram de deur open. "Henk kom er maar uit". Helmantel schoof snel door de deuropening en was ontgijzeld. Dat er daarna een hele boze zwarte meneer tegen mij begon te schreeuwen, nam ik op de koop toe. Ik bediende hem van dezelfde repliek en hij werd wat rustiger. Dat moest ook wel, want ik ben twee koppen groter.

We waren nu helemaal omsingeld en ik stond achter Hans de cameraman. Ik trok zachtjes aan de camera en kreeg 'm zowat in mijn gezicht. Hans had me heel even aangezien voor een onverlaat die zijn camera trachtte te ontvreemden. Ik vertelde Hans dat ik graag even de tape wilde wisselen. Je weet tenslotte nooit wat er met de camera ging gebeuren. De politie was onderweg en die zijn in Burkina Faso niet altijd je beste vriend. Zo wist Michel ons te vertellen. Hij drukte ons dan ook op het hart om alleen met de politie mee te gaan als er iemand van de Nederlandse Ambassade aanwezig zou zijn. Els van was ondertussen hyperventilerend naar een hotellobby ontsnapt. Ze was al niet helemaal lekker die dag en dit kon ze er heel even niet meer bij hebben. Wat begonnen was als een perfecte dag, begon zich voor haar langzamerhand te ontspinnen als een onvervalse Afrikaanse nachtmerrie.

 

Daar komt de cavalerie!

De politie arriveert. Vreemd genoeg allemaal in burger. Rechercheurs of geheime politie? De straatverkopertjes zijn in ieder geval bekend met hen. Ze nemen allemaal een respectvolle afstand van de zojuist gearriveerde dienders. 

De politie gebaart ons om in hun auto te stappen. Maar met het advies van Michel nog vers in ons achterhoofd bedanken wij vriendelijk voor de eer en zeggen dat we graag nog even wachten op de mensen van de ambassade. Uiteindelijk arriveert de ambassade in de vorm van een blanke ex-legionair die letterlijk met 1 blik een hele menigte stil krijgt. De goede man spreekt geen woord Nederlands, maar is kennelijk niet ingehuurd voor zijn verbale capaciteiten. Wellicht dat dit ook verklaart waarom de goede man maar 9 vingers heeft.

Na een paar woorden te hebben gewisseld met de politie, worden we vriendelijk doch dringend de politieauto's in gedirigeerd. Ik vond het steeds grappiger worden en genoot met grote teugen. Wat een avontuur! 

Eenmaal op het politiebureau, worden Hans, Michel en ik geparkeerd achter de wacht in het politiebureau. We mochten niet gaan zitten en werden als een paar stoute schooljongens in het midden van de kamer neergezet. Ik sta daar nog een beetje gniffelend om me heen te kijken en zie de dagelijkse gang van zaken op een Burkinees politiebureau geamuseerd aan.

Ah, daar komt een politieman aan wat hoger in voedselketen staat. We gaan met hem mee. We betreden het echte politiebureau en ik waan me in een slechte Mexicaanse film. Net zoals op het platteland loopt het hier niet over van de luxe. Als decor zou het gebouw geen slecht figuur slaan. Maar we hebben hier te maken met de realiteit; We zitten in een politiebureau en zijn net ontzet van een woedende menigte.

 

Het verhoor

Het hele gezelschap wordt richting het kantoor van de commissaris gedirigeerd. Het kale kantoortje met okergele wanden en stoffige ventilatoren aan het plafond vult zich met daders en slachtoffers. Wie wat is, moet nog bepaald worden. De eigenaar van de winkel en twee mij onbekende vrouwen zijn als afgevaardigde van de winkel aanwezig. In de kring om het bureau van de corpulente commissaris ontpopt zich een verbaal vuurgevecht, waar de Franstalige krachttermen niet van de lucht zijn. De Commissaris richt zijn ogen radeloos naar het plafond en besluit het gezelschap in zijn krappe kantoortje wat uit te dunnen. Iedereen de kamer uit, behalve Hans en de eigenaar van de winkel. 

In de hoge, wederom Mexicaans aandoende, gang staan lange houten banken aan weerszijde. Michel en ik zitten te wachten op wat er gaat gebeuren. Na een paar minuten komt Hans het kantoor van de commissaris uit en loopt op me af. In het gewoel van de menigte had ik de tape van de camera gewisseld en die kwam Hans nu halen. Pff. Daar gaat het materiaal. Jammer, maar ja als dat ons vrijpleit van alle gruwelijkheden die wij volgens de winkeleigenaar zouden hebben gepleegd, dan moet het maar.

Met tegenzin sta ik de tape af en Hans duikt het kantoortje weer in om deze op de camera af te spelen. Niet lang daarna mogen we vertrekken. Op voorwaarde dat het gedeelte dat we bij de winkel hebben gefilmd uitwissen. Nou ja, als dat het offer is. Ik heb er vrede mee. Michel moet zijn Burkinese paspoort inleveren en kan een boete voor vernieling verwachten.

We lopen gezamenlijk de trap af en daar wachten de secretaris van de ambassadeur, Els en Henk ons al op. We worden verwacht op de ambassade.

 

Niet zo slimmerds!

Het is lekker koel in de ambassade en we laten ons de flessen water goed smaken. Na een hele periode geen blanke om ons hen te hebben gezien, is er nu een overkill aan witte gezichten. We worden hoffelijk in het Nederlands te woord gestaan en in een zaaltje gemanoeuvreerd. Daar zit, met een ietwat bleek gezicht, de veiligheidsadviseur van de ambassade.

In zeer diplomatieke bewoordingen weet deze meneer ons uit te leggen dat onze actie niet echt slim was. Hij vertelt ons dat er in Burkina Faso een cyclus van twee jaar in criminaliteit geldt. Zo eens in de twee jaar als de criminaliteit op haar hoogtepunt is, grijpt de regering in en arresteert iedereen die maar de zweem van criminaliteit uitademt en zet ze tegen de muur. Daarna is het weer twee jaar stil.

Laten wij nou net op het hoogtepunt van de misdaadgolf hebben gezeten. Met andere woorden, we hadden net zo gemakkelijk gelyncht kunnen worden of aan het mes geregen. Dat is zo gebeurd in een menigte. Toen viel het kwartje pas bij mij. Ik had me tot op dit tijdtip aan toe geen moment zorgen gemaakt over de hele situatie. Het waren toch allemaal aardige en eerlijke mensen? Burkina Faso betekent niet voor niets "Het land van de rechtvaardigen". Mmm beetje naïef van me? Dat dan weer wel.

Na deze koude douche kregen we een handje en mochten weer vertrekken. Je begrijpt dat mijn wereldbeeld op dat moment lichtelijk veranderd was. En ik geloof niet alleen die van mij. Die van een ieder op zijn of haar eigen manier. Bij de uitgang stonden de auto's alweer te wachten. We werden afgevoerd naar de diplomatieke wijk om in het huis van de secretaris bij te komen van alle belevenissen.

 

Peace Corps

Na een korte rit vanuit het drukke centrum naar de diplomatieke wijk, stapten we wat onwennig uit de auto's. We waren een afgesloten terrein langs een wachthuisje binnengereden. Wat een rust. Wat een verschil met dat drukke centrum met zijn vijfbaans wegen. Ondanks dat Burkina Faso een van de armste landen ter wereld is, werden deze vijfbaanswegen inclusief een grote staatsliedenbuurt (ieder bezoekend buitenlands staatshoofd woonde in een huis in het thema van hun eigen land) aangelegd voor de Afrikaanse top in 2003. Mwah. Ontwikkelingsgeld well spent? 

Maar goed, vanavond zouden we er vanaf zijn en lekker naar Parijs vliegen. Vanuit daar naar Amsterdam. Even weer lekker wentelen in westerse decadentie. Waren we wel weer aan toe. Tot die tijd moesten we het nog even volhouden. Op het terrein werden we ontvangen door Chris. Chris was een Amerikaan die een paar jaar geleden met de secretaris was getrouwd. Voor degenen die het nog niet doorhebben, de secretaris was een vrouw. Chris werkte vroeger voor het Peace Corps en studeerde nu kunstgeschiedenis. Hij bleek een uiterste geschikte peer en zette ons een gezonde lunch voor. Een biertje erbij en de dag was weer helemaal goed. Ik leende nog een zwembroek en speelde met hun twee zoontjes in het zwembad. Even leek het alsof er vandaag helemaal niets gebeurd was. Was ik wel even aan toe, zo'n frisse duik.

Nadat ik me had afgedroogd, stelde Chris voor om ons de rest van de middag te begeleiden. Ondanks alle verwikkelingen van de ochtend, die helaas weer vers in geheugen geprint waren, had Helmantel nog steeds geen kunst gekocht.

 

Van Damme

We laten ons door Chris naar een kunsthandelaar brengen. Eentje die ergens ver van het centrum af ligt, maar ook zijn prijzen kent. Lees: Westers. Henk liep als een kind in een snoepwinkel en kocht een paar typisch Afrikaanse dingen, waar mij tot op de dag van vandaag de functie onbekend is. Nu moet ik zeggen dat ik zelf weinig met Afrikaanse kunst heb, maar daar de lokale specialiteit van BF brons is, besloot ik in de ruimte naast de winkel een bronzen beeld te kopen. Een naakte vrouw die op haar knieën staat en een vrolijke baby in de lucht boven haar houdt. De vrouw en baby hebben beiden geen gezicht, maar je kunt er vanuit gaan dat ze beiden lachen. Ik was er in ieder geval meteen verliefd op. Of ik even 300, - wilde aftikken. Westerse prijzen dus. Maar de symboliek liet me niet onberoerd, dus; "Heb je een tasje?". En ik was een bronzen beeld rijker. 

Toen we beladen met onze artefacten de auto inschoven, vroeg Chris of we nog wat kleine souvenirs wilden kopen. Toen we ons er twee keer van vergewist hadden dat de souvenirmarkt waar Chris op duidde aan de andere kant van de stad was, (Ver van de locatie van de ochtend) besloten wij de stap te wagen. We parkeerden de auto aan het begin van de markt. Vlak bij een terras dat was afgescheiden van de openbare weg. Voor de ingang stond het Burkinese equivalent van Jerommeke. Goed om te weten. Als we klaar waren, zouden we daar nog een biertje drinken en naar het vliegveld vertrekken. Weg hier! 

De markt was een lange onverharde straat met 500 meter lang kraampje aan weerszijden. De ene kraam verkocht miniatuurtjes van blik gemaakte insecten, poppetjes en fietsjes. Goedbedoelde rommel dus. Spul wat bij ons de schappen van de wereldwinkel niet zou halen. Mijn hartslag had zich toch enigszins verhoogd na ons debacle van de ochtend. Het was er erg druk en de rest van het gezelschap keek ook nogal schichtig om zich heen. Ik liep achteraan en keek mijn ogen uit naar de te koop gestelde waren. Niets wat me kon bekoren. Ineens hoor ik iemand uitroepen "Hey VanDamme!" Het was de straatverkoper die ons deze ochtend AAN DE ANDERE KANT VAN DE STAD had aangesproken en nu was ie hier. En nu was er hier geen politie te zien. Shit. Ik wilde weg. Ik had er gewoon geen zin meer in. Eerst bier en dan naar huis.

Snel stond de jongen breed grijnzend aan mijn zijde. Ik roep nog tegen Hans dat ik terugga om een biertje te drinken. Ik neem de camera wel mee. Maar ja, er was geen ontsnappen meer aan. Ik kon de verkoper niet van me afschudden. Kennelijk zag hij mijn onrust en bood me aan om als bodyguard te fungeren. Ik had geen keuze dus accepteerde ik zijn aanbod. Het enige wat hij in ruilde wilde, was dat ik bij zijn neef in het winkeltje kwam kijken. Ok dan maar. Ik had van Chris de tip gekregen dat ik nooit moest zeggen wat ik zocht, omdat ik dan meteen een veelvoud aan verkopers aan mijn snoer zou krijgen als ik bijvoorbeeld "Masker" zou zeggen. Mijn verse bodyguard liep voor me uit en joeg al zijn medeverkopers van me weg. Luid roepend en grijnzend "Laisser lui passer. C'est le big patron". Ja, dat was wel even lekker om ongehinderd in stijl de aftocht te blazen. 

We kwamen bij het winkeltje van zijn neef. Wat een stoffige boel. Onderwijl had mijn bodyguard me al een paar keer gevraagd wat ik zocht. Ik bleef consequent roepen dat ik het niet wist. Als ik het zou zien, dan zou hij het als eerste weten. De neef liet me een paar vreselijke houten maskers zien en binnen een minuut had ik het wel gezien. Ik wilde weg van deze vreselijke markt. De Taxfree shop lonkte. Op de hoek aan het begin van de markt, dook ik meteen het terras op en Jerommeke knikte me vriendelijk toe. Bodyguard bleef lekker buiten staan.

Net op het moment dat ik de ober wenkte voor een Burkinees biertje, betrad de rest van het gezelschap, met bleke neusjes, het terras. Zichtbaar was, dat zij het ook helemaal hadden gehad en verlangden naar de comfortabele stoelen van de Economy Class van Air France. Was ik dus toch niet de enige.

 

Op de markt is je sigaret een daalder waard

We maakten aanstalten om in de auto te stappen, toen ik ineens oog in oog stond met mijn voormalige bodyguard. Of ik hem nog even wilde betalen. Tja, dat kon dus niet. Ik had net al mijn CFAS weer teruggewisseld naar Euro's. Daar sta je dan met je goed fatsoen. Ik wilde hem toch wel wat geven, maar geld had ik niet meer. 

Ik rommelde eens in mijn vest met 1000 zakken en vond daar een aangebroken 1/2 pakje Marlboro. Ik gaf hem het pakje en zijn gezicht klaarde merkbaar op. Merksigaretten ipv de lokale turf. Alles is beter dan dat. In dit geval was de Burkinese hand ook snel gevuld. Ik gaf 'm een handje, bedankte hem vriendelijk en stapte de 4x4 in. Op naar het vliegveld.

 

Au re(ser)voir Burkina Faso

We waren een uur te vroeg op het vliegveld. Maar nu namen we geen risico meer. Nadat we Chris hartelijk hadden bedankt voor zijn goede zorgen en ideeën togen we richting de check-in. Mijn bronzen beeld zat veilig in mijn rugzak en ik besloot deze als handbagage mee te nemen. Het was geen wapen en ik was teveel aan mijn beeld gehecht om deze in mijn koffer te stoppen en deze mogelijk kwijt te raken.

Hans en ik dronken nog een biertje in het barretje buiten. Het begon al een beetje af te koelen. Ondertussen werden we er steeds bedrevener in om de, ook hier alom aanwezige, straatverkoper van ons af te slaan. Met onze broekzakken naar buiten getrokken, lieten we hen zien dat we echt helemaal leeg waren. Qua geld dat is. 

Wat een verschil met het platteland. Daar werd je met open armen ontvangen en kreeg je nog eens een kip cadeau. Maar hier werd je als blanke westerling gezien als een grote lopend zak met geld die zo snel mogelijk leeg moest. Ik heb daar ook wel begrip voor, maar het is mijn stijl niet.

Wat dan weer wel leuk was, was het feit dat we via de VIP lounge het land mochten verlaten. Wij zaten op dezelfde luxe zetels, waar een maand tevoren nog de achterwerken van belangrijke Afrikaanse staatshoofden rustten. Maar belangrijker nog, was dat de airco het deed. Iets te goed overigens. Of was dat kippenvel van de dingen van de dag?

We gingen boarden en moesten net als iedere gewone sterveling paspoort/boardingpas laten zien. De handbagage (mijn rugzak dus) ging door de metaaldetector. Major Piep. Een medewerkster van Air France kwam naar me toe lopen. Clipboard onder de arm. Of ik zo vriendelijk wilde zijn om mijn rugzak als normale bagage wilde inchecken. Waarschijnlijk zag ik er mijn bronzen beeld erg gevaarlijk uit. Ja, stel je voor dat ik ineens besluit dat ik onder bedreiging van een bronzen beeld naar Cuba wilde gaan of zo. Yeah right. 

Ik wilde gewoon naar huis! Nadat de dame met de hand op haar hart had beloofd dat er niets zou gebeuren met mijn beeld, stond ik mijn rugzak met tegenzin af. Ik hield het vliegtuig tenslotte al 10 minuten op en ik had geen zin om nog een seconde langer te blijven. In mezelf mopperend nam ik plaats en liet de piloot zijn werk doen.

 

Home sweet? home

Na de slapeloze vlucht naast het toilet en de transfer in Parijs zaten we met knipperende oogjes aan het ontbijt in onze KLM vlucht naar Schiphol. Henk die er een gewoonte van maakte om voor iedere maaltijd te bidden, maakte zich er voor deze gelegenheid gemakkelijk van af. Het ontbijt was nu een snack. En voor een snack hoef je tenslotte niet te bidden. Ondanks zijn uiterlijk koelheid, was Henk er nu ook wel klaar mee. Westers eten en daarna lekker weer naar huis. Henk was al niet zo'n wereldreiziger.

Bagageband. Koffers. Herrie van Schiphol. Ik was er weer. Thuis. Nederland. Vriendin. Wow! Oeps. Rugzak zat er niet bij. Wat een trut. Ze had me nog zo beloofd dat de rugzak met dezelfde vlucht zou meegaan. Dus niet. Aangifte van vermissing gedaan en daarna het afsluitend biertje gedaan met het ontvangstcomité. Duurde niet al te lang. Iedereen was moe...........

 

Samenvattend

Ik heb Henk Helmantel gedurende de 1 1/2 week dat we in Burkina Faso waren, zien veranderen van een behoudende observerende Groninger in een vrolijke en open, (tijdens de katholieke kerkdienst onder de mangobomen meedansend en Baoabs omhelzend) betrokken mens. Wereldburger zou ik bijna zeggen. Niets was hem teveel en ik zag dat Afrika ook hem niet onberoerd had gelaten. Ook Els, Michel en Hans hartelijk bedankt. Twas geweldig. Wat een avontuur.

Ik heb ook geleerd dat we eens op moeten houden met zeiken. We hebben het hier met onze economische crisis nog steeds 100 keer beter dan in BF. Waar ik wel mijn kanttekeningen bij plaats, is of we op deze manier ontwikkelingshulp moeten blijven geven de manier van het Lilianefonds is de meest directe en daar blijft niets aan de strijkstok hangen. Met een uitgebreid netwerk van nonnen en hulpverleners, doen zij een hoop goed werk en draag ik het Lilianefonds een warm hart toe.

Ze zeggen wel eens dat als je eenmaal in Afrika bent geweest, dat je permanent in de greep van het continent blijft. Nou vind ik dat wel een beetje overdreven. Het was een geweldige ervaring. Ik ga nu, 5 jaar na dato, graag weer een keer. Ik wil de sensatie hebben van het openen van de vliegtuigdeur. De lucht van verbrand hout en de kruidige atmosfeer. Ja, dat is Afrika en je geheugen heeft er schijnbaar een handje van om alles herinneringen mooier te kleuren.

En om te voorkomen dat de tijd mijn herinnering roze schildert of afpakt, schrijf ik dit verhaal. Hoe ik ten minste niet meer dit verhaal iedere keer weer te vertellen. Een URL is vanaf nu voldoende. 

Hoe het verder met mijn bronzen beeld is afgelopen? Deze werd inderdaad een vlucht later vanuit Ouagadougou meegenomen en later die avond per koerier langs gebracht. Dus deze staat nu vrolijk bij mij op de plank als een permanent souvenir aan dit avontuur. In 2010 komen er meer.

 

Dubbelklik voor beeldvullend

Adres van de ambassade

Royal Embassy of the Netherlands
415 Avenue du Dr. Kwamé N’Krumah
Ouagadougou
Tel: (+226) 50 30 61 34 / 50 30 61 35 / 50 30 61 36
Fax: (+226) 50 30 76 95
Email: oua@minbuza.nl
Website: www.ambassadepays-bas.bf

PS

Weet je waarom we niet mochten filmen in die winkel?

Naar verluid worden er veel musea in de buurlanden bestolen en worden deze in BF aan argeloze toeristen verkocht. Dan hebben zij er niets mee te maken en als een toerist met gestolen kunst wordt opgepakt, is het niet hun probleem.

Waarschijnlijk hebben wij gestolen kunst gefilmd en werden ze daarom wat neurveuzig. Vandaar dat wij ook ons video materiaal van die winkel hebben moeten vernietigen. Want op het moment dat er gestolen kunt op TV verschijnt, zijn zij hun leven niet meer zeker.

Film en TV

Showcase Trackrecord Film TV Setfoto's

Algemeen